Het geeft een geweldig gevoel om te weten dat je in amper drie weken school gemiddeld twee uren per dag als tussenuur kunt beschouwen. En het is nóg fijner om er dan achter te komen dat de plek die de school aanbiedt om te studeren de helft van de tijd onbeschikbaar is. En dan is de vraag wat je dan zoal kunt doen tijdens zo’n tussenuren.
Zelf heb ik het geluk dat ik amper vijf minuten fietsen nodig heb om thuis te komen. Ik rijd dan ook gemiddeld vier keer per dag van school naar huis en visa versa. Maar hoe zit het dan met de mensen die een half uur/driekwartier nodig hebben? Moeten dezen hun tijd verdoen in de kantine? Of (vaak tevergeefs) hopen dat ze toch kunnen studeren? Vaak hebben ze niet eens een keus, en maken ze hun huiswerk in het ‘overblijflokaal’.
Natuurlijk begrijp ik dat het vrijwel onmogelijk is om de eeuwige strijd tegen de tussenuren tegen te gaan. Maar wanneer er een speciaal persoon gecontracteerd wordt door de school om toezicht te houden in het studiehuis, verwacht ik ook dat hij er is en niet, zoals nu het geval is, door ziekte afwezig is of tijdens een uur niet beschikbaar is. Dit mag in mijn ogen niet gebeuren.
De tweede fase staat anno 2007 namelijk vooral in het teken van het ‘zelf-studeren’ en de ‘verantwoordelijkheden van de leerling’. Op dit moment is het echter niet alleen de leerling, maar ook de school die moet werken aan haar verantwoordelijkheden en planningen.